Hoe weet ik of mijn kind problemen heeft met sensorische informatieverwerking?

Wat is sensorische informatieverwerking? 

Het heeft te maken met hoe onze 8 zintuigen informatie opnemen en hoe die informatie verwerkt wordt. Het resultaat hiervan is zichtbaar in bepaalde gedragingen of reacties. 

Er zijn de 5 zintuigen die iedereen kent: horen, zien, ruiken, proeven en tasten. Maar er zijn ook de minder gekende zintuigen die te maken hebben met de verwerking van prikkels uit onze organen (interoceptie) of met prikkels die met beweging te maken hebben (vestibulair systeem en proprioceptie).

Deze 8 zintuigen werken steeds samen om ons te informeren over de wereld rondom ons en

– om gepast te reageren

– onze aandacht te richten en ons te concentreren 

– soepel en behendig te bewegen

– schoolse vaardigheden te verwerven

– psychisch stabiel te zijn en zelfvertrouwen te ontwikkelen

Hoe weet je dat je problemen hebt met sensorische informatieverwerking?

Kinderen met sensorische informatieverwerkingsproblemen lijken zich vaak anders te gedragen dan men verwacht. Hun gedrag wordt als vreemd, onaangepast, extreem, wisselend, … ervaren. 

Hun brein kan prikkels minder goed organiseren. Het valt niet te verwonderen dat het niet bij iedereen even vlot verloopt als je weet dat we 11 tot 13 miljoen prikkels per seconde te verwerken krijgen. 

Juist omdat er een sterke samenhang is tussen de verwerking van zintuiglijke prikkels en gedrag, zal hun gedrag minder georganiseerd overkomen. Dit kan zich op een heel verschillende manieren uiten. 

Een aantal voorbeelden: 

  • Ze maken veel lawaai, zijn wilder en onbeheerster of ze zijn rustiger, schuchter, onzeker en observeren liever wat anderen doen. 
  • Ze worden snel boos en/of luisteren niet. 
  • Ze zijn onhandig, struikelen vaak en maken hun speelgoed stuk. 
  • Ze kunnen zich niet alleen bezighouden. 
  • Ze houden niet van aanrakingen of gaan er juist naar op zoek. 
  • Ze spreken later en onduidelijker of verdraaien woorden. 
  • Ze praten liever dan te handelen of ze handelen impulsief zodat het vaak gevaarlijk is wat ze doen. 
  • Ze reageren negatief op harde en/of onverwachte geluiden of maken zelf graag harde geluiden. Sommigen genieten van vreemde geluiden. 
  • Ze hebben een voorkeur voor bepaalde smaken en geuren of lopen weg bij bepaalde geuren. 
  • Als kleuter willen ze niet tekenen en knutselen en kunnen niet eten zonder te morsen. 
  • Ze kunnen niet stil zitten en zich op iets concentreren. 
  • Op school hebben ze problemen met schrijven, lezen of rekenen alhoewel het niet aan hun intelligentie ligt. 
  • Ze hebben het moeilijk met leeftijdsgenoten, zijn buitenstaanders of clowns. 

Veel van hun ouders voelen al vlug dat hun kind een beetje anders is dan leeftijdsgenoten. Het is vaak moeilijk onder woorden te brengen. Hun kind is niet dom en ook niet gehandicapt en toch hebben ze het in het dagelijks leven moeilijker.

De ouders krijgen ook vaak commentaar van anderen die denken dat het aan de opvoeding ligt. Soms worden deze kinderen ook als boosaardig, agressief, lui of dom beschouwd. Sommigen zeggen ook dat het er wel zal uitgroeien.

Kan het samen met andere problematieken voorkomen?

Het kan zeker voorkomen met andere problematieken zoal bv. autisme, ADHD (attention deficit hyperactiv disorder), NAH (niet aangeboren hersenletsel), een verstandelijke beperking …

Wat kan je er aan doen?

Het is best om in kaart te brengen welk zintuiglijk systeem voor problemen of onaangepast gedrag zorgt of welke combinatie van prikkels. Het is zelden zo dat alle zintuiglijke informatie moeilijk verwerkt wordt. 

Als je hierbij hulp wil, kan je een ergotherapeut gespecialiseerd in sensorische informatieverwerking raadplegen. 

Meer informatie vind je via de pagina Sensorische Informatieverwerking


Ergotherapeute / Sensorisch Integratietherapeute

Laat een reactie achter